Hoe weet je of een wijn nog goed is?
Snel antwoord
Controleer drie dingen: de kleur (rood mag geen bruine rand hebben, wit mag niet donkergeel zijn), de geur (azijn, natte karton of schimmel wijzen op een probleem), en de smaak (een goede wijn heeft nog fruit en frisheid). Een kurk die uitsteekt, lekt of beschimmeld is, is ook een waarschuwingsteken.
Uitgebreid antwoord
Of je nu een vergeten fles uit de kelder haalt of twijfelt over een geopende fles van gisteren — er zijn betrouwbare methoden om de conditie van een wijn te beoordelen zonder hem eerst te hoeven proeven.
Begin met de visuele inspectie van de fles zélf, nog voor je hem opent. Kijk naar het niveau van de wijn in de fles: als het niveau merkbaar is gezakt (meer dan 3-4 cm onder de kurk bij een jonge wijn), is er waarschijnlijk lekkage geweest en is de wijn geoxideerd. Controleer ook de kurk: een kurk die gedeeltelijk uit de fles steekt, wijst op hitte-uitzetting (de wijn is op een gegeven moment te warm geweest). Bruine vlekken aan de buitenkant van de kurk duiden op lekkage.
Na het openen volgt de visuele controle in het glas. Houd het glas schuin tegen een wit oppervlak. Rode wijn mag een licht oranje of baksteenkleurige rand hebben bij het ouder worden — dat is normaal. Maar als de hele wijn bruinig en troebel is, is dat een slecht teken. Witte wijn die diep goudgeel of amberkleurig is geworden (tenzij het een zoete of houtgerijpte wijn is), is waarschijnlijk geoxideerd.
Dan de neus. Verreweg de belangrijkste test. Ruik aan het glas: een gezonde wijn ruikt naar fruit, bloemen, kruiden of aardse tonen. Alarmerende geuren zijn: azijn (vluchtige zuren — de wijn is omgeslagen), natte karton of muffe kelder (kurksmet, ook wel TCA genoemd, veroorzaakt door een chemische verbinding in de kurk), gekookte pruimen of jam (hitteschade), of maderageuren (sherry-achtig bij een wijn die dat niet hoort te zijn).
Verrassend feit: kurksmet (TCA-besmetting) treft naar schatting 2-5% van alle flessen met natuurkurk. Dat betekent dat je statistisch gezien bij elke twintig tot vijftig flessen er eentje treft die 'bouchonné' is. De intensiteit varieert: soms is het overduidelijk (natte hond, schimmelkelder), soms subtiel (de wijn lijkt gewoon plat en fruitloos zonder dat je de oorzaak herkent).
De laatste test is de smaak. Neem een klein slokje. Een goede wijn — hoe oud ook — heeft nog altijd een zekere vitaliteit: fruit, frisheid, structuur. Een wijn die over zijn hoogtepunt is, smaakt waterig, plat en aseptisch. Een wijn die bedorven is, smaakt naar azijn, karton of nagellakremover.