Wijnwoordenboek
Van appellatie tot zuurgraad — alle wijnbegrippen helder uitgelegd
Wijnwoordenboek
Van appellatie tot zuurgraad — alle wijnbegrippen helder uitgelegd
Bijgewerkt in april 2026 | Door expertvin — Wijnspecialist in België
Wijn heeft z'n eigen taal. En laten we eerlijk zijn: die kan af en toe best intimiderend klinken. Malolactische gisting? Macération carbonique? Assemblage? Geen paniek. In dit wijnwoordenboek leggen we de belangrijkste begrippen uit in gewone mensentaal — zonder pretentie, met concrete voorbeelden. Print het uit, sla het op, of lees het met een glas in de hand.
Bij expertvin geloven we dat wijn voor iedereen is. En kennis hoort niet achter een muur van vakjargon te zitten. Dus: laten we erin duiken.
De druif en de wijngaard
Appellatie (AOC / AOP / DOC / DOCG)
Een wettelijk afgebakend wijngebied met regels over welke druiven je mag gebruiken, hoeveel je mag produceren en hoe je de wijn moet maken. AOC en AOP zijn Frans, DOC en DOCG Italiaans. Het is de garantie dat de wijn écht van die plek komt en volgens traditie is gemaakt. Vergelijk het met een keurmerk: het zegt iets over herkomst, niet per se over kwaliteit.
Terroir
Het meest besproken woord in de wijnwereld, en tegelijk het moeilijkst te vertalen. Terroir is het totaalplaatje: de bodem, het klimaat, de hoogte, de helling, het microklimaat, de tradities van de plek. Het is wat een Pinot Noir uit Volnay anders maakt dan een Pinot Noir uit Nuits-Saint-Georges, ook al liggen ze maar een paar kilometer uit elkaar. Terroir is de ziel van een wijn.
Cépages (druivenrassen)
De druivensoort waarvan de wijn gemaakt is. Er bestaan duizenden rassen, maar in de praktijk domineren er een stuk of dertig de wereldwijde productie. Sommige wijnen zijn monocépage (één ras, zoals Bourgogne met Pinot Noir), andere zijn assemblages (blends, zoals Bordeaux met Merlot + Cabernet). Internationaal bekende cépages zijn Chardonnay, Cabernet Sauvignon en Syrah. Lokale schatten zijn Tannat, Négrette of Trousseau.
Rendement (opbrengst)
Hoeveel wijn een wijngaard per hectare produceert, uitgedrukt in hectoliter per hectare (hl/ha). Een lager rendement betekent doorgaans meer concentratie en complexiteit — de druif deelt haar energie over minder trossen. Grand Cru-wijnen hebben vaak maximaal 35 hl/ha, terwijl een goedkope landwijn tot 80-100 hl/ha mag gaan.
Biodynamisch / biologisch / naturel
Biologisch: geen synthetische bestrijdingsmiddelen of kunstmest in de wijngaard. Biodynamisch gaat verder: het volgt de principes van Rudolf Steiner, met kosmische kalenders en speciale preparaten. Naturel (vin nature) is de meest radicale aanpak: biologische landbouw plus minimale interventie in de kelder — geen of heel weinig sulfiet, wilde gisten, geen filtratie. Elk heeft z'n fans en critici.
In de kelder — vinificatie
Gisting (fermentatie)
Het magische proces waarbij gisten de suiker in druivensap omzetten in alcohol en CO2. Zonder gisting geen wijn. Bij rode wijn gist het sap samen met de schillen (voor kleur en tannine). Bij witte wijn wordt eerst geperst en gist alleen het sap. De gisting duurt meestal 1 tot 4 weken.
Malolactische gisting (malo)
Een tweede gisting, dit keer door bacteriën, die scherp appelzuur (malique) omzet in zachter melkzuur (lactique). Het resultaat: een rondere, zachtere wijn. Bijna alle rode wijnen doorlopen dit proces. Bij witte wijn is het een stijlkeuze: een Chardonnay met malo is boterzacht, zonder malo is hij strak en fris. Het woord klinkt ingewikkeld, het concept is simpel.
Élevage (rijping)
De periode waarin de wijn rijpt na de gisting, voor het bottelen. Dit kan in roestvrij staal (behoudt frisheid en fruitsmaak), in eiken vaten (voegt vanille, toast en tannine toe) of in beton, amfora of ander materiaal. De duur en het type élevage bepalen enorm mee hoe de wijn smaakt. Een Barolo rijpt minimaal 3 jaar, een Beaujolais Nouveau amper een paar weken.
Barrique / fût de chêne (eikenvat)
Een klein eiken vat van 225 liter (Bordeaux-formaat) of 228 liter (Bourgogne-formaat). Nieuw eikenhout geeft de wijn aroma's van vanille, kokos, toast en specerijen. Gebruikt eikenhout (2e, 3e passage) is subtieler. De discussie over «hoeveel hout» is een van de grote debatten in de wijnwereld — sommige liefhebbers houden van veel eik, anderen vinden het maskerend.
Assemblage (blend)
Het mengen van verschillende partijen wijn om het eindproduct te componeren. Dat kunnen verschillende druivenrassen zijn (Bordeaux blends typisch Merlot + Cabernet), verschillende percelen, of verschillende jaarklassen (zoals bij non-vintage Champagne). Assemblage is een kunst — de wijnmaker als componist.
Proeven en beschrijven
Tannine
Natuurlijke polyfenolen uit druivenschillen, pitten en eikenhout die dat droge, samentrekkende gevoel in je mond geven — vergelijk het met sterk getrokken zwarte thee. Tannines geven structuur aan rode wijn en zijn cruciaal voor het bewaarpotentieel. Met de jaren worden ze zachter. Een wijn met veel tannine noemen we «stevig» of «structuurvol», met weinig tannine «soepel» of «fluwelig».
Body (corps)
Het gewicht van de wijn in je mond. Licht (denk: Pinot Grigio, Beaujolais) voelt als water. Medium (Chianti, Côtes du Rhône) voelt als magere melk. Vol (Amarone, Châteauneuf) voelt als room. Alcohol, suiker, extract en tannine dragen allemaal bij aan de body. Lichte body is niet «slechter» dan volle body — het is een stijlkeuze.
Aroma vs. bouquet
Aroma's zijn de primaire en secundaire geuren — rechtstreeks van de druif (fruit, bloemen) en de gisting (boter, gist). Bouquet ontstaat door rijping op fles: leer, tabak, paddestoelen, truffel, noten. Simpel gezegd: een jonge wijn heeft aroma's, een oude wijn heeft bouquet. In de praktijk gebruiken veel mensen de termen door elkaar, en dat is ook prima.
Lengte (afdronk)
Hoe lang de smaak aanhoudt nadat je de wijn hebt doorgeslikt. Bij een goede wijn telt dat in seconden — soms wel 20 tot 30 seconden. Bij een uitmuntende wijn lijkt het alsof de smaak nooit stopt. Lengte is een van de betrouwbaarste indicatoren van kwaliteit. Een wijn die «lang» is, is bijna altijd een goede wijn.
Mineraal
Een veelgebruikt maar omstreden begrip. Sommige wijnen hebben een geur of smaak die doet denken aan natte stenen, krijt, vuursteen of schelpen. Proefnotities als «mineraal» verwijzen naar deze sensatie. Wetenschappers discussiëren over de oorzaak — het is waarschijnlijk geen directe overdracht van bodem naar wijn, maar het effect van bepaalde gistingsprocessen. Hoe dan ook: «mineraal» is een nuttig smaakwoord.
Droog / halfdroog / zoet
Droog (sec): minder dan 4 gram restsuiker per liter. Halfdroog (demi-sec): 4-12 gram. Zoet (moelleux): 12-45 gram. Likeurachtig (liquoreux): meer dan 45 gram. De meeste rode wijnen en veel witte zijn technisch droog. Maar een wijn kan «droog» zijn en toch fruitig smaken — fruit is niet hetzelfde als suiker.
Bewaren en serveren
Decanteren / karafferen
De wijn overschenken in een karaf om hem in contact te brengen met zuurstof. Bij jonge, tanninekrachtige wijnen verzacht dit de tannines en opent de aroma's (30 min tot 2 uur). Bij oude wijnen is het vooral om het bezinksel (depot) te scheiden — maar voorzichtig, want een fragiele oude wijn kan snel «omvallen» bij te veel zuurstof. Witte wijnen en lichte rode wijnen hoeven doorgaans niet te decanteren.
Serveertemperatuur
Een cruciale maar onderschatte factor. Rode wijn op kamertemperatuur (20°C+) is meestal te warm — de alcohol domineert. Ideaal: lichte rood 14-16°C, volle rood 16-18°C. Witte wijn te koud (uit de koelkast, 4°C) maskeert de aroma's — beter 8-12°C afhankelijk van de stijl. Mousserend: 6-8°C. Een simpele vuistregel: rode wijn even in de koelkast, witte wijn er even uit.
Sulfiet (SO2)
Zwaveldioxide, een conserveermiddel dat al sinds de Romeinen wordt gebruikt om wijn te beschermen tegen oxidatie en ongewenste bacteriën. Bijna alle wijn bevat sulfiet, ook biologische en naturale (al is het daar veel minder). De vermelding «bevat sulfieten» op het etiket is wettelijk verplicht boven 10 mg/l. Echte sulfiet-intolerantie is zeldzaam; de meeste «hoofdpijn van wijn» komt eerder door te veel drinken dan door sulfiet.
Millésime (jaargang)
Het jaar waarin de druiven zijn geoogst. Een groot jaar (bon millésime) betekent ideale weersomstandigheden — genoeg zon, genoeg regen op het juiste moment, geen vorst of hagel. Maar een goed millésime varieert per regio: 2015 was schitterend in Bourgogne en Barolo, minder in andere gebieden. Non-millésimé (NV, zonder jaar) is gebruikelijk bij Champagne en Porto.
Handige Belgische wijntermen
Wijnbar vs. wijnhandel
In België heb je beide, en soms onder één dak. Een wijnbar (zoals 20hVin in La Hulpe of La Cave du Lac in Genval) laat je proeven per glas — ideaal om te ontdekken zonder meteen een fles te kopen. Een wijnhandel verkoopt flessen, vaak met advies. Bij expertvin combineren we het beste van beide werelden.
Accijnzen
De Belgische belasting op alcohol. Bij wijn zijn de accijnzen relatief laag vergeleken met bier en sterkedrank, wat België een aantrekkelijk wijnland maakt. De prijs die je betaalt in de winkel of online (bijvoorbeeld bij expertvin.be) is altijd inclusief accijnzen en BTW.
Veelgestelde vragen
Wat betekent 'tannine' bij wijn?
Tannines zijn natuurlijke polyfenolen die voornamelijk uit de schillen, pitten en steeltjes van druiven komen, en ook uit het eikenhout van vaten. Ze geven wijn structuur en dat typische droge, samentrekkende gevoel in je mond — vergelijk het met sterk getrokken thee. Tannines zijn essentieel voor de bewaarcapaciteit van rode wijn: ze evolueren met de jaren en worden zachter en eleganter.
Wat is het verschil tussen een appellatie en een terroir?
Een appellatie (of AOC/AOP/DOC) is een wettelijk afgebakend wijngebied met regels over druivenrassen, vinificatie en opbrengst. Terroir is een breder, bijna filosofisch concept: het geheel van bodem, klimaat, hoogte, oriëntatie en menselijke traditie dat een wijn zijn unieke karakter geeft. Een appellatie is een adres; terroir is de ziel van die plek.
Wat betekent 'body' bij wijn?
Body (of 'corps') beschrijft het gewicht en de volheid van een wijn in je mond. Een lichte wijn (denk Pinot Grigio) voelt aan als water — dun, fris, luchtig. Een volle wijn (denk Amarone of Châteauneuf-du-Pape) voelt aan als room — dik, rijk, weelderig. Medium body zit ertussenin. Alcohol, suiker, extract en tannine dragen allemaal bij aan de body.
Wat is het verschil tussen aroma en bouquet?
Aroma's zijn de geuren die direct van de druif komen (primair) of van de gisting (secundair): fruit, bloemen, kruiden. Bouquet verwijst naar de complexere geuren die ontstaan door rijping op fles: leer, tabak, aardse tonen, truffel, noten. Een jonge wijn heeft aroma's; een gerijpte wijn heeft bouquet. Samen vormen ze de 'neus' van de wijn.
Moet ik wijn laten ademen en hoe doe ik dat?
Jonge, tanninekrachtige rode wijnen (Barolo, Cahors, Madiran, jonge Bordeaux) hebben er baat bij om te ademen — het contact met zuurstof verzacht de tannines en opent de aroma's. Gewoon opentrekken is niet genoeg (te weinig oppervlak). Gebruik een karaf of schenk het in grote glazen. 30 minuten tot 2 uur is gangbaar. Oudere wijnen en de meeste witte wijnen hoeven niet te ademen.
Waar kan ik wijn kopen in België met goed advies?
Bij expertvin.be krijg je niet alleen een ruime selectie, maar ook persoonlijk advies. In onze wijnbars 20hVin (La Hulpe) en La Cave du Lac (Genval) kun je proeven en vragen stellen — we helpen je graag om de juiste fles te vinden, of je nu beginner bent of al jaren wijn ontdekt.
Wat betekent 'droog' bij wijn?
Een droge wijn bevat minder dan 4 gram restsuiker per liter — praktisch alle suiker uit de druiven is omgezet in alcohol tijdens de gisting. 'Droog' betekent dus niet dat de wijn saai of scherp is, maar simpelweg dat hij niet zoet smaakt. De meeste rode wijnen en veel witte wijnen zijn technisch droog. Halfdroog (demi-sec) heeft 4-12 gram, zoet (moelleux) nog meer.