Kun je een wijn van 20 jaar oud nog drinken?
Snel antwoord
Dat hangt volledig af van het type wijn en hoe hij bewaard is. Grote Bordeaux, Barolo, Riesling Spätlese en Vintage Port kunnen na 20 jaar schitterend zijn. Maar een simpele tafelwijn, een goedkope rosé of een ongecompliceerde witte wijn is na 20 jaar vrijwel zeker over zijn hoogtepunt. Bewaaromstandigheden zijn minstens zo belangrijk als de wijn zelf.
Uitgebreid antwoord
Een fles wijn van twintig jaar oud openen is altijd een spannend moment — het kan een transcendente ervaring zijn, of een bittere teleurstelling. Het antwoord op 'kun je hem nog drinken?' hangt af van drie factoren: het type wijn, de jaargang, en de bewaargeschiedenis.
Wijnen die na twintig jaar op hun best kunnen zijn: grote Bordeaux uit topjaargangen (Pauillac, Saint-Julien, Pomerol), Barolo en Barbaresco uit Piemonte, Hermitage en Côte-Rôtie uit de noordelijke Rhône, Duitse Riesling Spätlese en Auslese, Sauternes en andere grote zoete wijnen, en versterkte wijnen als Vintage Port en Madeira. Deze wijnen hebben de concentratie, zuurgraad en tannines om twee decennia te overbruggen én daarbij complexer te worden.
Wijnen die na twintig jaar bijna zeker over hun hoogtepunt zijn: de meeste witte wijnen (behalve bovengenoemde uitzonderingen), alle rosés, lichte rode wijnen (Beaujolais, Valpolicella, goedkope Côtes-du-Rhône), en alle wijnen onder 10 € die voor directe consumptie zijn gemaakt.
De bewaargeschiedenis is minstens zo belangrijk als de wijn zelf. Een Château Latour 2005 die twintig jaar in een perfecte kelder op 12 °C heeft gelegen, zal spectaculair zijn. Dezelfde fles die twintig jaar in een warme zolder heeft gestaan, is ondrinkbaar. Verrassend feit: experts schatten dat meer dan de helft van alle 'gerijpte' wijnen die op veilingen worden verkocht, op enig moment suboptimale bewaaromstandigheden heeft gekend — wat verklaart waarom dezelfde wijn uit hetzelfde jaar enorm kan variëren van fles tot fles.
Wat je kunt verwachten van een goede twintig jaar oude wijn: de kleuren zijn geëvolueerd (rood is baksteenkleurig, wit is goudkleurig), de primaire fruitaroma's zijn vervangen door tertiaire tonen (leer, truffel, tabak, gedroogde vruchten, humus), en de tannines zijn fluweelzacht geworden. De textuur is zijdeachtig, de afdronk lang en complex.
Praktisch advies bij het openen: zet de fles 24-48 uur van tevoren rechtop zodat eventueel sediment naar de bodem zakt. Open de fles voorzichtig (oude kurken zijn broos) en decanteer indien nodig het sediment. Schenk in en drink relatief snel — oude wijnen kunnen na een uur in het glas al beginnen af te takelen.