Wat is het verschil tussen een stille wijn en een mousserende wijn?
Snel antwoord
Een stille wijn bevat geen merkbare koolzuurgas en borrelt dus niet, terwijl een mousserende wijn door een doelbewuste tweede gisting een aanzienlijke hoeveelheid CO₂ bevat (doorgaans 5-6 atmosfeer druk) die voor de kenmerkende bubbels zorgt. Champagne, cava en prosecco zijn bekende mousserende wijnen.
Uitgebreid antwoord
Het fundamentele verschil zit in het koolzuurgas. Een stille wijn — denk aan een Bourgogne, een Bordeaux of een Riesling — bevat minder dan 0,5 gram CO₂ per liter, wat onmerkbaar is op je tong. Een mousserende wijn zit onder een druk van 3 tot 6 atmosfeer, vergelijkbaar met de bandenspanning van een vrachtwagen. Dat is de reden waarom champagneflessen zoveel dikker glas hebben dan gewone wijnflessen.
Er bestaan verschillende methodes om mousserende wijn te maken. De méthode traditionnelle (of champenoise) voegt gist en suiker toe aan een stille basiswijn die vervolgens in de fles een tweede gisting ondergaat. De CO₂ kan niet ontsnappen en lost op in de wijn. Deze methode wordt gebruikt voor champagne, crémant, cava en veel Belgische mousserende wijnen. De methode Charmat (ook tank- of cuvée-close-methode) laat de tweede gisting plaatsvinden in grote druktanks — sneller en goedkoper, maar met een ander bubbelprofiel. Prosecco wordt zo gemaakt.
Een categorie die vaak wordt vergeten is de 'pétillant naturel' of 'pét-nat' — een wijn die wordt gebotteld voordat de eerste gisting volledig is afgerond. Het resterende gistingsgas zorgt voor een zachte, vaak wat rustieke mousse. Dit is eigenlijk de oudste methode voor mousserende wijn, daterend van ver vóór Dom Pérignon.
Verrassend genoeg werd Dom Pérignon zelf niet de uitvinder van champagne. De Engelse wetenschapper Christopher Merret documenteerde het toevoegen van suiker aan wijn om bellen te creëren al in 1662, ruim dertig jaar vóór Dom Pérignon zijn beroemde bubbels maakte. De monnik probeerde de bubbels juist te voorkómen — ze waren destijds een productiefout die flessen deed exploderen in de kelder.
Tussen stil en mousserend bestaat er trouwens een tussenvorm: frizzante of perlende wijnen met een druk van 1 tot 2,5 atmosfeer. Subtiel prikkelend, maar zonder de uitbundigheid van een echte bubbel.